Opbrengsten en overwegingen naar aanleiding van de Ronde Tafel tijdens de MeetUp071

Wat kom je tegen als je in de praktijk aan de slag gaat met het vergroten van eigenaarschap bij leerlingen? Drie collega’s uit het Leidse onderwijsveld waren zo moedig om hun ervaringen op dit punt te delen tijdens een workshop met een ‘ronde tafel’ opzet. Een deel van hen zat nog midden in een traject of project met ervaringen die ‘vers van de pers’ waren. Zij legden niet alleen uit wat er goed ging, maar ook waar zij op dit moment nog tegen aan lopen en welke vragen dit bij hen oproept.

Als begeleider van deze workshop wil ik graag verslag doen van de workshop en een aantal vragen opwerpen waar we eventueel mee verder kunnen in een volgende MeetUp. Het verslag is gebaseerd op mijn eigen observaties en die van Lilian Snijders, waarmee ik ook uitgebreide gesprekken voerde. Daarnaast vormden de reflecties van deelnemer en MeetUp organisator Karin Koens en zeer waardevolle bijdrage. Ook de reacties die de deelnemers na afloop van de workshop hebben gedeeld via de post-it’s zijn meegenomen.

De keuze van de ‘bijdrages’ aan de workshop was weloverwogen. Er was een voorbeeld van een door de school opgezet traject, er was een voorbeeld van een projectmatige aanpak en een voorbeeld van een individueel traject, waarbij één leerling die vastliep centraal stond. Op elk van deze gebieden leverde één docent input, waarna er aan de hand van stellingen werd gediscussieerd in van samenstelling wisselende groepen. Deze laatste opzet werd gewaardeerd, want toen in verband met tijdgebrek in de laatste ronde niet werd gewisseld leidde dat tot protesten.. Volgende keer is het dus belangrijk iets meer tijd te nemen als we weer voor een dergelijke werkvorm kiezen.

Anne Reichart nam ons mee in het traject dat door het Stedelijk Gymnasium in klas 5 als pilot is opgezet. Alle leerlingen maakten een ontwikkelplan en op basis van die plannen werd een aantal leerlingen uitgenodigd om met behulp van dat plan een eigen vervolgtraject te ontwerpen. Leerlingen mochten geheel zelf kiezen welke lessen zij zouden volgen en hoe zij hun tijd zouden indelen, zolang zij via hun eigen ontwikkelplan konden aantonen dat het door henzelf ontworpen traject past bij hun leerwensen en ontwikkeldoelen.

Anne gaf aan dat leerlingen erg enthousiast waren over de mogelijkheden zelf meer invulling te geven aan hun lesrooster. Zij voerde regelmatig korte gesprekken met leerlingen over hun keuzes en de opbrengst daarvan. De communicatie met vakcollega’s bleek echter nog voor verbetering vatbaar. Dat bleek in dit traject erg belangrijk omdat leerlingen de neiging hebben om altijd dezelfde vakken te ‘skippen’, vakken die zij (wellicht ingegeven door het systeem waarbinnen zij moeten functioneren) als minder belangrijk ervaren.

Dit punt en de stelling (Er wordt nog te weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheden leerlingen in de bovenbouw zelf te regie te geven over de invulling van het rooster) leidde tot discussie over het wezen van eigenaarschap. Want waarom skippen leerlingen bepaalde lessen?

"Leerlingen dragen door hun ideeën, misconcepties en vragen actief bij aan het opbouwen van het denkraam van allemaal"

Karin Koens deed verslag van de discussie in haar eigen groep: ‘Wie mag bepalen wat er geleerd moet worden? Hoe help je vakcollega’s die last hebben van een pullout programma? Is het eerlijk om hen zelf oplossingen te laten bedenken? Dit is meestal de heersende gedachte: “de leerling is zelf verantwoordelijk, dus ook voor jouw vak. Hij / zij moet dat zelf inhalen. Hij / zij kan dat ook, want hij / zij heeft een leerplan gemaakt.”  Echter... bij vakken waar de theorie in de klas opgebouwd wordt met medewerking van het denkwerk van leerlingen, kan dat nadelig zijn, óók voor de rest van de klas. Leerlingen dragen door hun ideeën, misconcepties en vragen actief bij aan het opbouwen van het denkraam van allemaal’

Deze fundamentele discussie (eigenaarschap versus het samen opbouwen van een denkraam) is iets waarover we nog lang niet uitgepraat zijn. Het gaat in feite over de kaders waarbinnen het eigenaarschap vormgegeven wordt. Deze kaders kunnen wij ontwerpen maar worden (helaas) ook vormgegeven door het schoolsysteem ,de eisen die het curriculum stelt , de eisen die vervolgopleidingen stellen en uiteindelijk ook de (perceptie) van de maatschappelijke verwachtingen. In het voorbeeld van Anne koos een leerling met het oog op een toekomst :ik heb meer statistische vaardigheden nodig voor mijn vervolgopleiding, dus volg ik een aantal uren Wiskunde D in plaats van maatschappijleer. Dat bleek voor de leerling heel waardevol en toch roept het de vraag op of we willen dat het eigenaarschap over het eigen leertraject leerlingen helpt bij het ontdekken van hun eigen talenten of helpt bij  het ontwikkelen van competenties die de vervolgopleidingen van hen eisen. Deze vraag bleef onbeantwoord. Karin merkte  op dat het ontdekken van het persoonlijk plan van de leerling iets is dat heel erg voor de hand ligt maar tot nu toe te weinig aandacht krijgt op scholen. Naar aanleiding van de discussie durven wij te stellen dat het ontdekken van het persoonlijk plan van een leerling van ons als docenten meer coachvaardigheden vereist dan we misschien op het eerste gezicht denken.

Yvonne Gallagher van het Da Vinci College nam ons mee in een project waarbij leerlingen door de opzet ( een competitie) en inhoud ( het bouwen van een boot die op zonnekracht kan varen) veel betekenis ervoeren. De opzet in inhoud lokten als het ware eigenaarschap en de bijbehorende motivatie uit. Zij ging in op een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden om binnen een project tot meer eigenaarschap te komen.

In het verslag van Karin Koens noemde zij daarbij het zelf keuzes kunnen maken, gezamenlijk regels kunnen maken, de eis tot zelfevaluatie met feedback gericht op groei (growth mindset ontwikkelen), en de eigen verantwoordelijkheid voor deeltaken als belangrijkste daarvan.

De stelling (Om het eigenaarschap van leerlingen te vergroten moet je zorgdragen voor betekenisvol onderwijs) leidde aan de tafel van Karin niet tot veel discussie en bracht ook geen dilemma’s boven water. Yvonne kwam zelf vooraf nog met meer stellingen, waarvan ik  achteraf deze stelling beter vond : Om het eigenaarschap van leerlingen te vergroten moet je leren zichtbaar maken. Deze stelling sluit beter aan bij de vraag die uit de plenaire discussie naar voren kwam namelijk hoe hou je de bereikte eigenaarschap vast na zo’n project ? De zelfevaluatie met feedback gericht op een growth mindset , zoals Yvonne al opmerkte, biedt leerlingen de gelegenheid om  datgene wat geleerd wordt in dit specifieke project ook in te zetten bij andere projecten en opdrachten. Kortom : bij onderwijs in de vorm van een betekenisvol project dat gericht is op het maken van een product is het begeleiden van het proces ontzettend belangrijk, alleen dan kunnen de opbrengsten voor de leerlingen tot transfer leiden. Hoe je daar als docent een goede bijdrage aan kunt leveren en in welke vorm je feedback het beste kunt gieten zou wellicht een mooi onderwerp zijn voor een volgende Meet Up. 

"Hoe zit het met het eigenaarschap bij docenten van het eigen leerproces?"

Annemarie Davelaar van het Visser ’t Hooft college nam ons mee in een traject dat mooi aansluit op de discussie naar aanleiding van (het begeleiden van) betekenisvolle projecten. Zij gaf ons een inkijkje in de wijze waarop zij een leerling heeft geholpen die was vastgelopen en waarvan het idee was dat deze leerling een onderpresteerder was. Ze gebruikte daarbij cognitieve gedragstraining en spelvormen om de leerling te laten zien waar zij vastliep. Ze probeerde daarbij de leerling gereedschappen te bieden waarmee ze zelf de regie kon terugpakken. De leerling uit dit voorbeeld had eerst hulp nodig om tot het inzicht te komen dat zij te weinig verschillende leer strategieën gebruikte als zij vastliep, pas daarna was zij in staat om ook echt meer eigenaar te worden ( en koos ze ervoor om op een hoger niveau de klas over te doen, wat heel goed is uitgepakt).
De discussie over dit onderdeel was duidelijk te kort en moest bij gebrek aan tijd ook deels direct plenair gedaan worden, waardoor de opbrengst van de groepsdiscussie werd beperkt.

De vraag die Karin ( en anderen gezien de post-it’s) na afloop opwierp was : Hoe zit het met het eigenaarschap bij docenten van het eigen leerproces?
(Alweer) een mooi onderwerp voor een volgende Meet Up. Want moet het eigenaarschap van docenten niet eerst op orde zijn voordat je leerlingen daarin kunt begeleiden?

Anjo Roos